| |
Gigantische ‘zeepbel’ gespot in de ruimte
Groningen, vrijdag 24 juli 2009
Het lijkt op een zeepbel of wellicht
op een camerafout, maar op een nieuwe opname
is een pas ontdekte planetaire nevel
zichtbaar. Dave Jurasevich van het
observatorium Mount Wilson in Californië
stuitte op 6 juli 2008 op de ‘Cygnus Bubble’,
die vernoemd is naar het sterrenbeeld waar
het object zich in bevindt, terwijl hij
beeldmateriaal verzamelde van een bepaald
gebied aan de hemel. Enkele dagen later
verscheen de nevel ook op foto’s die werden
gemaakt door de amateur-astronomen Mel Helm
en Keith Quattrocchi en toen wist Jurasevich
het zeker: hij had een nieuwe planetaire
nevel ontdekt.
 |
De bubbel, welke sinds vorige week officieel
PN G75.5+1.7 wordt genoemd, is er echter al
een tijdje. Een nadere analyse van de
beelden van de tweede Palomar Sky Survey
laat zien dat het zestien jaar geleden
dezelfde grootte en helderheid had.
Jurasevich denkt dat men de nevel over het
hoofd heeft gezien omdat het zeer zwak is.
“Het is een prachtig voorbeeld,” aldus Adam
Frank van de Universiteit van Rochester in
New York. “Bolvormige nevels zijn zeer
zeldzaam.” Een verklaring is dat we naar een
typisch cilindrisch object kijken, dat vanaf
onze planeet op een reusachtige bel lijkt.
Het is hoe dan ook verbazingwekkend
symmetrisch volgens Frank.
Planetaire nevels, die zo worden genoemd
dankzij een foute gedachtegang van vroegere
astronomen, worden gevormd wanneer een
‘vergrijzende’ ster die tot acht keer zo
massief is als de zon diens buitenste lagen
uitstoot als wolken van lichtgevend gas. Het
overgrote deel van deze nevels heeft een
elliptische vorm, heeft twee rondingen aan
de buitenkant of is sigaarvormig. Hoewel
onze ster ook een grote hoeveelheid materie
uit zal stoten in diens laatste levensfase
bevat het lang niet genoeg massa om ook te
eindigen als een kleurrijke nevel.
Bron:
astroversum.nl
Home
Terug
naar Astronomie |