![]() |
| Macholz |
|
|
|
Macholz Deze komeet was in de maanden januari en februari van 2005 zichtbaar. Kometen zijn kleine hemellichamen die in vaak erg elliptische banen rond de zon draaien en uit ijs, gas en stof bestaan ("vuile sneeuwballen"). Wanneer een komeet dicht genoeg bij de zon komt en warm wordt smelt een deel van de materie waaruit ze bestaat om een zogenaamde coma (een atmosfeer) en/of een komeetstaart te vormen. Het vaste deel van de komeet wordt dan de komeetkern genoemd. Kometen bestaan uit een kern (1-50 km) met daaromheen een gaswolk (coma) van 100.000-1.000.000 km groot en een of meerdere lange staarten (tot een miljard kilometer lang). De omlooptijd rond de zon kan van een paar jaar tot vele duizenden jaren bedragen Wanneer een komeet het zonnestelsel binnenvliegt, warmt ze op en begint het ijs waaruit ze samengesteld is te sublimeren. Dit gas vormt een wolk om de kern, die bekend staat als de coma. Door de geringe zwaartekracht van de komeetkern wordt de coma begrensd doordat de moleculen in deze wolk afgebroken worden onder invloed van zonlicht. De overgebleven, geladen molecuulfragmenten worden vervolgens opgeveegd door de zonnewind, die ze meesleept in de vorm van een staart. Deze ionenstaart kan miljarden kilometers lang zijn en wijst altijd van de zon af. Kometen hebben vaak nog een tweede staart, de stofstaart. Deze staart bestaat uit stofdeeltjes, die de ruimte ingejaagd worden onder het geweld van het gas dat van de komeetkern verdampt. Deze deeltjes zijn - anders dan de gassen in de ionenstaart - zwaar genoeg om volgens de wetten van Kepler een gebogen baan te volgen. De stofdeeltjes in deze staart reflecteren zonlicht, waardoor de staart wit oplicht. [bewerk] Oorsprong Men neemt aan dat kometen restanten zijn van de tijd van de vorming van ons zonnestelsel, brokken ijs met afmetingen tussen 1 en 50 km die in de buitenste delen van de zonnenevel gevormd werden. Door gravitationele perturbaties, veroorzaakt door de zwaartekrachtsvelden van de grote planeten, kunnen ze in hun elliptische banen terecht komen waardoor ze in de binnenste delen van het zonnestelsel kunnen komen. Van kometen met kortere omlooptijden wordt gedacht dat ze uit de Kuipergordel afkomstig zijn (buiten de baan van Neptunus). Kometen met een langere omlooptijd hebben een oorsprong verder van de zon, in de zogenaamde Oortwolk. Ze hebben daarmee een andere oorsprong dan planetoïden. [bewerk] De Oortwolk Kometen hebben een elliptische baan. De Nederlandse astronoom Jan Oort leidde in 1950 uit deze banen af, dat langperiodieke kometen afkomstig zijn uit een grote wolk op zo'n 10,000 astronomische eenheden van de zon (1 AE = gemiddelde afstand aarde-zon of ca. 150 miljoen km). Deze wolk wordt de Oortwolk genoemd. Af en toe wordt zo'n baan verstoord en raakt de komeet in een sterk excentrische baan die hem dicht in de buurt van de Zon brengt.
|