Home
Een interview met Pim van Lommel,
cardioloog "WAAR KOMT DE Continuïteit IN EEN
STEEDS VERANDEREND LICHAAM VANDAAN?"
Ger Lodewick
Pim van Lommel is de oudste (eerste) adviseur van de
SBO. Hij is geboren in 1943, getrouwd en vader van
een zoon en een dochter. Als cardioloog in het
Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem houdt hij zich met
een bijzonder centraal orgaan van de mens bezig, het
hart. Eigenlijk is dit niet goed uitgedrukt. Pim
wordt beter gekarakteriseerd wanneer we zijn
activiteiten als volgt omschrijven: hij houdt zich
bezig met de mens die dit centrale orgaan in zijn
lichaam meedraagt. Via zijn werk is hij in aanraking
gekomen met bijna-dood ervaringen (BDE's). Deze
BDE's vormen een bron van inspiratie in zijn werk.
Mooie ontwikkelingen in de cardiologie
Pim begon in 1971 met cardiologie en toen spraken
hem vooral de technische, de fysische aspecten van
het hart aan. Als je echter eenmaal in dat vak zit,
komen er allerlei volstrekt andere aspecten naar
voren die veel belangrijker zijn. Mensen komen bij
de cardioloog omdat ze problemen hebben met de
functie van het hart: de pompfunctie schiet te kort,
de zuurstoftoevoer schiet te kort, e.d. In de
praktijk blijkt de techniek echter nog geen tien
procent van het vak uit te maken. Dit is echter wel
datgene waar de buitenwereld vol bewondering
tegenaan kijkt: mooie apparatuur, mooie
onderzoekingen. Er zijn ook prachtige onderzoeken.
Pim heeft de ontwikkeling van de cardiologie
meegemaakt. Toen hij met de opleiding begon, bestond
hartziekte eigenlijk alleen uit aangeboren
hartafwijkingen en klepafwijkingen. De eerste
klepoperaties vonden in Nederland in 1965 plaats.
Reanimatie, gesloten hartmassage, begon pas in 1966.
Het hartinfarct werd net ontdekt:
hartbewakingsafdelingen zijn in Nederland in 1968
begonnen. De eerste hartkatheterisatie beginnen in
ons land in 1969. Er komen steeds nieuwe
mogelijkheden voor diagnostiek en behandeling. Een
van de mooiste van de laatste tijd is het
non-invasieve onderzoek. Dit houdt in dat je niet
meer met katheters naar binnen gaat, maar met
geluid, met echo-onderzoek werkt. Je kunt zo de
hartspier en de functie ervan zien: de bloedstroom,
de druk, lekkages. Je kunt nu op een
patiëntvriendelijke manier antwoord geven op de
vragen die er ontstaan n.a.v. de klachten die iemand
heeft. Er zijn ook gigantisch veel medicijnen
ontdekt die klachten verminderen.
Wie is verantwoordelijk?
Maar wat zit achter de klachten waarmee mensen
komen? Wat is het waarom van hun klachten? Dit is
natuurlijk veel boeiender dan al die nieuwe
ontwikkelingen. Het probleemoplossend vermogen van
een cardioloog is maar beperkt. Mensen verwachten
veel meer dan een cardioloog kan waarmaken. Mensen
leggen de verantwoordelijkheid voor hun gezondheid
en voor hun lichaam het liefst bij de dokter i.p.v.
bij zichzelf. Dit is iets waar ik steeds weer
tegenaan loop. Ik zie dat mensen weinig inzicht
hebben in het functioneren van hun lichaam; weinig
inzicht in hoe je goed met je lichaam kunt en moet
omgaan; weinig inzicht in hoe je met de protesten
moet omgaan die je lichaam je laat ervaren. En dit
zijn natuurlijk heel andere aspecten dan mooie
apparaten e.d., maar ze zitten wel bij de
cardiologie. Je ziet bv bij mensen met een acuut
hartinfarct de enorme angst die optreedt op het
moment dat ze erg veel pijn hebben en denken dood te
gaan. Ze zien er vreselijk ziek uit. In deze angst
komen allerlei dingen boven die niet goed geweest
zijn. Je hoort dan ook allerlei verhalen van mensen
waarover ze nooit hebben gesproken, bv verhalen uit
kampen in de oorlog, werkproblemen,
relatieproblemen. Dit komt allemaal boven op het
moment dat ze geconfronteerd worden met de
eindigheid van het leven. De angst. De mensen
krijgen op die manier een kans - maar dat zeg je
niet tegen ze - om te kijken wat ze hiermee kunnen.
Je ziet dan toch dat heel veel mensen na het krijgen
van een hartinfarct bij voorkeur weer terugkeren in
het oude levenspatroon van voor het infarct. Ze
grijpen bij voorkeur níet die kans aan en willen bij
voorkeur níet de stap zetten om de gevolgen van wat
ze hebben gehad onder ogen te zien. Ik ben altijd
verbaasd over de manier waarop mensen met zichzelf
om blijven gaan na een hartinfarct.
Een simpel voorbeeld is het roken. Roken is een
enorme risicofactor voor het ontstaan van
hartproblemen. Als je via je familie aanleg hebt op
een hartinfarct en je rookt, verhoog je de kans op
een hartinfarct met een factor tien: zou je normaal
kans hebben op vijf procent, dan wordt het nu
vijftig! Hoewel je met roken je prognose ontzettend
verslechtert, zeggen mensen rustig: ik vind het
stoppen met roken zo moeilijk en ik blijf roken.
Ondanks de uitleg, ondanks het weten dat het slecht
is, krijg je de mensen niet zover dat ze naar dit
inzicht gaan leven. Dit geldt ook voor gezond eten,
gezond drinken, gezond leven. Je ziet dus dat mensen
wéten dat ze dingen doen die niet goed zijn voor hun
lichaam, maar ze leven niet naar hetgeen ze weten.
Aanleg, genen en lichamelijke beperking
De familiaire aanleg bij vernauwde bloedvaten
(aderverkalking) moeten we niet uitvlakken. Je kunt
deze hebben zonder dat je het weet. Meer dan een
half miljoen Nederlanders hebben zo'n aanleg.
Er zijn onderzoeken geweest van gesneuvelde Korea-
en Vietnam-militairen. Door obductie is vastgesteld
dat twintig procent van de twintig-jarigen al een
vernauwing tot vijftig procent van de kransslagaders
had. In Israël zijn baby's van het (blanke)
Kaukasische ras onderzocht, waaruit is gebleken dat
tien procent van deze baby's reeds abnormale
bloedvaatjes heeft.
Als je nu deze aanlegfactor bezit, kun je deze
beïnvloeden door gezond leven, gezond eten e.d.
Rondom de Middellandse Zee heb je veel minder hart-
en vaatziekten door het 'mediterrane dieet': veel
vis, olijfolie, veel groenten. Dus je kunt je aanleg
vaak wel positief beïnvloeden.
Dit gaat niet altijd op. Sommige mensen worden door
hun aanleg zo 'geteisterd' dat ze op heel jonge
leeftijd al ernstige hartafwijkingen hebben.
Hoe kun je 'aanleg' beschouwen? Het zit in je genen,
dat is wel duidelijk, maar de vraag waarom het in je
genen zit, is van een heel andere orde. Je kunt nog
verder doorvragen: waarom word je in zo'n familie
geboren? Daar heb ik geen antwoord op, maar het is
een boeiende vraag. Als je niet gelooft in toeval -
en daar geloof ik niet in - moet er een reden voor
zijn, maar die weet ik niet. Het valt wel op dat
heel veel mensen niet of nauwelijks kunnen
aanvaarden dat er lichamelijke beperkingen zijn. Ze
kunnen er dan ook niet goed mee omgaan.
Fundamentele vraag: waarom breekt het echte inzicht
niet door?
Wat ik zo boeiend vind, is waarom mensen de stap
niet kunnen zetten om te gaan leven naar wat ze
weten. Als je het alleen weet 'met je hoofd' lukt
het niet. Je moet het inzicht hebben. Die stap van
weten naar inzicht blijkt heel moeilijk te zijn.
Zelfs zo'n ramp - sommigen ervaren het zo - als een
hartinfarct is voor velen onvoldoende om tot inzicht
te komen. Ze leggen dan toch nog de
verantwoordelijkheid bij de dokter. Als ze opnieuw
klachten hebben, moet de dokter het probleem
oplossen. Je wordt dus geconfronteerd met het
gegeven dat mensen hartproblemen hebben, maar dat
het allemachtig moeilijk is om het dagelijkse
levenspatroon te veranderen.
Angst
Verder zie ik dat angst zo'n belangrijke rol speelt
in het leven. Vertrouwen in je lichaam, liefde en
aandacht voor je lichaam ontbreken volkomen. Het
lichaam wordt gebruikt of misbruikt, maar niet
onderhouden. Mensen die vastlopen bij de huisarts en
die wij in de praktijk krijgen vormen nog maar het
topje van de ijsberg. De klachten van
hartritmestoornissen en pijn op de borst zijn heel
vaak een gevolg van angst en problemen die angst
oproepen. Pijn is een symptoom en geen ziekte. Angst
is echt een ongelooflijk belangrijke factor. Het is
van wezenlijk belang dat mensen de liefde ontdekken
en liefde is het loslaten van de angst. Met angst,
onzekerheid en onzorgvuldigheid doe je je lichaam
geen goed. Als je hier last van hebt, kun je er toch
wat aan doen als je je ervan bewust bent. In onze
maatschappij is angst toch een belangrijke factor.
Vooral de levensangst.
Dit heeft o.a. te maken met de eisen die worden
gesteld of die je je laat stellen. Dat begint al in
het basisonderwijs en wordt vervolgd in het
middelbaar onderwijs. Het benadrukken van
competitie, carrière, geld en dat soort dingen
draagt bij een heleboel mensen bij tot angst want ze
raken in conflict met zichzelf en met anderen.
Vertrouwen verdwijnt en angst komt ervoor in de
plaats.
Angst heeft ook te maken met de manier waarop mensen
zich identificeren met hun lichaam. Veel mensen zien
alleen hun lichaam en hebben nauwelijks of geen oog
voor datgene wat je je ziel zou kunnen noemen. Als
je vindt dat je je lichaam bént, kun je ontzettend
bang zijn voor de dood. Als je echter vindt dat je
je lichaam hébt, kan die angst plaatsmaken voor een
besef dat je lichaam straks weliswaar sterft, maar
je ziel niet.
Als mensen een probleem krijgen met hun hart, of een
probleem denken te hebben met hun hart, zie je ze
doorgaans nog geen stappen zetten om hiermee iets te
doen en hun leven te veranderen. Het 'veilige'
terugtrekken in het oude bekende patroon zie je heel
veel. Deze mensen zitten a.h.w. strak in het leven,
zijn niet flexibel, zitten in een model van het
leven vast. Sommigen proberen goed te zijn naar
anderen, maar vergeten goed te zijn naar zichzelf:
ze hebben geen aandacht voor hun eigen hart.
Het hart: meer dan een pomp
Als je kijkt naar de functie van het hart in het
lichaam, kun je enerzijds zeggen dat het hart het
bloed door het lichaam pompt. We moeten ons echter
ook goed realiseren dat anderzijds het bloed het
hart doet pompen. Het aanbod van bloed verzorgt de
hartspierfunctie en de ademhaling zorgt voor een
goede hartfunctie. Je kunt het hart dus niet los
zien van de rest van het lichaam. Het hart zorgt
ervoor dat voedsel, energie en informatie in het
hele lichaam worden verspreid. Het zorgt er ook voor
dat de afvalstoffen weer worden afgevoerd. Het hart
reageert op datgene wat in het lichaam gebeurt.
Alle organen en cellen communiceren met elkaar. Hoe
vindt die communicatie plaats? Dit gebeurt via het
zenuwstelsel én via de bloedbanen. Het hart zorgt
ervoor dat de informatie daar terechtkomt, waar die
terecht moet komen. Er is een continue interactie
tussen elke cel, de celsystemen, en het geheel.
Hersendood is niet dood
Als het hart stopt, wordt er geen informatie meer
uitgewisseld, de interactie stopt en de mens gaat
dood. In het kader van postmortale orgaandonatie
wordt echter een ander doodscriterium gehanteerd,
namelijk hersendood. Hier kun je grote vraagtekens
bij plaatsen.
Het hart is samen met de hersenen en het centrale
zenuwstelsel het orgaan met de meeste elektrische
activiteit. In het hart zit een enorm elektrisch
netwerk. Dit betekent dat er ook heel veel
magnetische activiteit is. De kontakten van het
lichaam met de bewustzijnsvelden treden op via de
elektrische en de magnetische velden (die bestaan
uit virtuele fotonen). Ik ben ervan overtuigd dat je
bewustzijn niet in je lichaam is opgeslagen, maar
dat je via je lichaam je dagelijks bewustzijn
ervaart. Je hart is een orgaan met zeer veel
elektrische en magnetische activiteit. Het hart
heeft - net als de hersenen - rechtstreeks contact
met speciale bewustzijnsvelden. Die onderlinge
verbondenheid is er zowel in het lichaam, als met de
omgeving en met alles. Wij zijn voortdurend met
elkaar en met alles verbonden, zowel in het lichaam
als daarbuiten.
Als nu het hart stopt met pompen betekent dat het
volgende. Realiseer je eerst dat bijna dertig
procent van het bloed naar de hersenen gaat. Er zijn
proeven gedaan met mensen in een volkomen afgesloten
ruimte zonder licht en geluid. Als deze mensen gaan
denken, zie je niet alleen materiële activiteit
ontstaan via het elektro-encefalogram (eeg), maar
ook de bloedtoevoer naar de hersenen neemt toe. Dus
een immateriële activiteit zoals denken of gerichte
aandacht veroorzaakt materiële activiteit in de
hersenen. Als de bloedtoevoer nu wegvalt, betekent
dit dat de energievoorziening van de hersencellen
wegvalt en dat deze niet meer kunnen functioneren.
De elektrische en magnetische velden van de cellen
vallen weg, waardoor. op dat moment de verbinding
met het dagbewustzijn wegvalt. Je raakt bewusteloos
en je ervaart je bewustzijn niet meer via je
lichaam. Dit betekent dat wanneer je klinisch dood
bent - bij een hartstilstand of een ademstilstand -
je onder normale omstandigheden overlijdt binnen
vijf tot tien minuten. De cellen zijn dan definitief
beschadigd doordat er geen energie meer wordt
aangevoerd. Reanimatie lukt dan niet meer.
Bij een kloppend hart echter - bij een hersendode -
kun je weliswaar je bewustzijn niet meer via je
lichaam ervaren, maar dat betekent nog niet dat de
onderlinge verbondenheid tussen alle organen is
weggevallen. De stervensfase is ingetreden, is net
begonnen, maar de lichamelijke dood is zeker nog
geen feit. Dood ontstaat niet van het ene moment op
het andere. Daar gaat een stervensproces aan vooraf.
Dat proces begint als het hart stilstaat; vervolgens
stoppen de hersenen met functioneren; dan volgt de
rest van het lichaam. Dit is een actief proces dat
uren kan duren.
Als je een kloppend hart hebt met alleen
'hersendood' en je houdt die circulatie in stand, je
houdt het hart kloppend en je geeft medicijnen voor
een goede bloeddruk, dan is het lichaam niet dood
want de cellen versterven niet. De interactie tussen
de bewustzijnsvelden en je hersenen kán (!) zijn
verbroken, maar je weet nooit of dit definitief of
tijdelijk is.
Wetenschap
De wetenschap gaat wat merkwaardig om met
hersendood. Wetenschap is vragen stellen. Vrij veel
wetenschappers beperken zich tot de ideeën die ze al
hebben, en alles wat ze tegenkomen wat hierin niet
past wijzen ze af. In mijn ogen is dit geen
wetenschap en het is ook niet vernieuwend. Het niet
kunnen loslaten van je ideeën is ook gebaseerd op
angst. Zo worden nieuwe inzichten op hersendood en
bijna doodervaringen door wetenschappers geblokkeerd
op een onwetenschappelijke manier. Met de huidige
medische kennis uit de westerse wereld kunnen we een
hoop aspecten niet verklaren - bv bijna
doodervaringen en spontane genezingen van
kwaadaardige tumoren - en dus worden ze ontkend. Je
kunt alleen wetenschappelijk blijven door te kijken
of je een verklaring kunt vinden voor de vele
verschijnselen die je niet kunt begrijpen. Als je
die verklaringen niet kunt vinden moet je niet gaan
roepen dat het verschijnsel niet bestaat, maar zou
je moeten afvragen of er een andere verklaring is
die je misschien niet begrijpt.
De westerse wetenschap gaat zover dat ze
gebeurtenissen of verschijnselen ontkent als ze niet
met een prospectief dubbelblind onderzoek te
onderzoeken zijn. Veel wetenschappers willen er nog
steeds niet aan dat je psychische gesteldheid je
lichamelijke gesteldheid positief of negatief
beïnvloedt. Nou hoeft men niet alles te accepteren,
maar een wat opener houding zou niet verkeerd zijn.
Ik hanteer graag een citaat uit de Kalama Sutra dat
zegt "Beschouw alles als een mogelijkheid, maar
aanvaard het pas als je voor jezelf erachter kunt
staan en helemaal kunt meevoelen. Dan pas is het
waar voor jou". Ik zal nooit iemand vertellen dat ik
gelijk heb, maar ik zal mensen iets proberen aan te
reiken. Als ze er niets mee kunnen, is het goed en
als ze er wel iets mee willen, is het ook goed.
Bijna-dood ervaringen
Bijna-dood ervaringen (BDE's) worden door een hoop
wetenschappers niet serieus genomen, maar voor mij
zijn ze waarheid geworden. Door mensen met een BDE
te ontmoeten en met hen te spreken is mij veel
duidelijk geworden. Door deze ontmoetingen en
gesprekken heb ik de veranderingsprocessen na een
BDE bij hen gezien.
Alles in onze wereld is subjectief. Dit blijkt nu
ook uit de kwantummechanica, niets is objectief. De
wereld die wij ervaren via onze waarneming is
subjectief. En dat geldt dus zeker voor de
ervaringen die wij innerlijk hebben. We kennen
eigenlijk geen objectiviteit. Dé waarheid bestaat
niet. Het verhaal van de mens over zijn BDE is zijn
waarheid. Deze ervaring is zo indrukwekkend dat het
zijn/haar leven wezenlijk verandert. En omdat de BDE
zoveel voorkomt over de hele wereld en de mensen in
essentie hetzelfde vertellen - zij het in subjectief
gekleurde woorden - is de BDE een gezamenlijke
waarheid. Een van de belangrijkste veranderingen na
een BDE is dat de angst voor de dood volledig
verdwijnt omdat dood niet dood blijkt te zijn. De
mensen verklaren dat hun bewustzijn door blijft
bestaan terwijl hun lichaam daar voor dood ligt. Wie
uit zijn/haar lichaam is geraakt, is zijn/haar
bewustzijn gewórden in die zin dat de beperkingen
van het bewustzijn tijdens je 'leven' zijn
weggevallen. De beperkingen van het lichaam zijn
opgeheven. Als je dan in deze bewustzijnservaring
via een tunnel in een andere dimensie komt - waar
geen ruimte en tijd zijn - ervaar je dat er ook geen
verleden, heden en toekomst is: alles is aanwezig.
Je bewustzijn is dan enorm ruim.
Via de BDE krijgt die mens de kans om te ervaren
dat, als hij in deze bewustzijnsvelden zit, hij ook
alles kan meemaken wat hij in het verleden heeft
meegemaakt. Die mens komt in contact met zijn eigen
bewustzijnsvelden, met zijn eigen herinneringen, en
ook met die van anderen. Hij beleeft dan zijn leven
opnieuw vanuit het bewustzijn van een ander. Als je
iemand bv bewust of onbewust kwaad hebt gedaan of
geen liefde hebt gegeven, ervaar je dat vanuit de
ander. Je voelt vanuit de ander wat je niet goed
hebt gedaan. Of je voelt wat je wel goed hebt
gedaan. Dit wordt ook wel het 'levenspanorama'
genoemd. Hieruit blijkt dat al je gedachten en
handelingen blijven bestaan en dat je hiermee
opnieuw in contact kunt komen en óók met de
bewustzijnsvelden van anderen. Hieruit blijkt tevens
dat al die bewustzijnsvelden onderling verbonden
zijn.
Mensen kunnen dan ook in contact komen met de
bewustzijnsvelden van de gebeurtenissen die nog op
handen zijn, met hun eigen toekomstbeelden, en
mensen nemen dan waar wat ze nog gaan meemaken. Als
ze weer 'terug zijn' zijn ze dit soms vergeten en
soms weten ze het nog. Later ervaren ze die
gebeurtenissen dan als déjà vu. Soms nemen ze ook
toekomstbeelden van de wereldontwikkelingen waar. Ze
kunnen in die andere dimensie ook in contact komen
met bewustzijnsvelden van overleden dierbaren. Die
bewustzijnsvelden zijn dus overal en altijd met de
mensen verbonden. Alles is in die andere dimensie
aanwezig en je bent onmiddellijk daar waar je je
aandacht op richt.
Als die mensen met een BDE twee minuten 'weg' zijn
geweest kunnen ze een dag praten over wat ze ervaren
hebben. Het boeiende van de BDE's is dat je inzicht
kunt krijgen in hoe die bewustzijnsvelden
samengesteld zijn. En tevens krijg je enig zicht op
de bewustzijnsbeperkingen die het lichaam ons
oplegt. Mensen die weer in hun lichaam terug zijn
vertellen allemaal dat het absolute gevoel van
onvoorwaardelijke liefde waar ze even in verkeerd
hebben nu weg is, evenals de absolute kennis die ze
even hadden, en de absolute acceptatie waarin alles
helder was. Dankzij de BDE heb ik inzicht kunnen
krijgen hoe de relatie tussen bewustzijn en lichaam
zou kunnen zijn en hoe je hiermee om zou kunnen
gaan.
De neurofysiologie heeft gezocht waar je bewustzijn
en je herinneringen in je hersenen gelokaliseerd
zouden kunnen zijn. Penfield - neurochirurg en
Nobelprijswinnaar - heeft proeven gedaan tijdens
neurochirurgische ingrepen bij epilepsiepatiënten.
Tijdens hersenoperaties heeft hij een bepaald deel
van de hersenen geprikkeld waarbij die patiënten
soms een gevoel van uittreding kregen en soms ook
flitsen uit het verleden. Maar dit bleken niet de
klassieke BDE-verhalen: geen levenspanorama vanuit
het bewustzijn van anderen, geen absoluut gevoel van
onvoorwaardelijke liefde, geen absolute kennis, geen
veranderend levensinzicht. Penfield kwam tot de
conclusie dat de bewustzijnsherinneringen niet in de
hersenen te lokaliseren zijn. Verschillende andere
onderzoekers zijn tot dezelfde conclusies gekomen (Pribram,
Eccles). Er is een interactie tussen een immaterieel
veld, een niet-materiële zijnsorde in het universum
en het fysieke deel van de mens.
Het concept in de huidige wetenschap vertelt dat het
bewustzijn in de hersenen is gelokaliseerd, maar dat
concept is nooit aangetoond, nooit bewezen; men gaat
er vanuit. Dit concept, deze hypothese mag je echter
niet aanvallen want dan ondergraaf je de ideeën van
mensen en dat stellen ze niet op prijs. Mensen als
Penfield geven aan dat hun hele levenswerk tot
resultaat heeft gehad dat ze deze hypothese niet
kunnen bewijzen.
De Nederlandse hersenonderzoeker Herms Romijn - ook
adviseur van de Stichting Bezinning Orgaandonatie -
lanceert iets nieuws. Hij zegt dat de hersenen
binnen een uur vol zitten als ze de informatie
opnemen die ze toegediend krijgen. Dit zou betekenen
dat het z.g. korte en lange termijn geheugen
helemaal niet kunnen bestaan. Ook Romijn ondergraaft
nu dus de gehanteerde hypothese dat de hersenen de
bewustzijnsherinneringen bevatten.
Dit heeft implicaties voor het hersendoodconcept. De
Nederlandse wetgever koppelt persoonlijkheid aan de
hersenen en stelt dat een hersendode dus geen
persoonlijkheid meer heeft. Hier kun je wel heel
grote vraagtekens bij plaatsen. Wat versta je onder
persoonlijkheid als je het voorgaande in acht neemt?
Persoonlijkheid zou je kunnen definiëren als de
combinatie van je totale bewustzijn, je gevoel van
identiteit - je zelfbewustzijn - en je
herinneringen. Uit de BDE's nu blijkt dat het
bewustzijn van je hogere Zelf veel omvattender is
dan je kunt ervaren met je dagbewustzijn in je
lichaam. Je ego dat je ervaart in je lichaam is wat
anders dan je hogere Zelf dat je ervaart buiten je
lichaam. Er is wel een onderling verband, maar je
hogere Zelf is een veel grotere dimensie dan je ego.
Je ego sterft af als je lichaam afsterft. Je hogere
Zelf - je hogere bewustzijn waarmee je in contact
bent met alle andere bewustzijnsvelden die bestaan,
ooit bestaan hebben en nog zullen bestaan - blijft.
Intrigerende vragen
Enige boeiende vragen. Hoe kan het dat elk lichaam
dat voortdurend wordt afgebroken (alle cellen worden
constant door nieuwe vervangen) en weer opnieuw
wordt aangemaakt toch een continuïteit van functies
en van functioneren heeft? Waar komt die
continuïteit vandaan? Hoe kan dit opgeslagen zijn in
cellen die steeds veranderen en worden afgebroken?
Hoe werkt dit? Dit kan nooit als alles in die cellen
zou zijn opgeslagen.
Het enige dat niet verandert, is je DNA. Dit is het
enige constante in je lichaam. Het DNA zal dus
waarschijnlijk een essentiële rol spelen als het
contactpunt tussen je cellen en je
bewustzijnsvelden. Maar hoe? Na een BDE zijn de
functies van de hersenen veranderd: de mensen houden
een verhoogde intuïtie. Veel mensen zijn na een BDE
helderziend, helderhorend, heldervoelend. Ze hebben
waarschijnlijk ook een ander elektrisch en
magnetisch veld om zich heen. Hoe komt het dat de
functie van je lichaam na een BDE zo verandert?
Welke rol speelt de DNA-functie hierin?
Mijn theorie is dat elk mens zijn eigen,
persoonsspecifiek DNA heeft in al zijn cellen - en
dus ook in zijn hersencellen - en dat elk mens
hierdoor contact met zijn eigen bewustzijnsvelden
kan maken. Je DNA speelt een essentiële rol in je
contactmogelijkheden en je DNA gaat kapot als je cel
zich niet meer splitst en definitief afsterft.
Mensen ervaren iets in een BDE en halen hier het
wezenlijke inzicht dat dood niet bestaat:
hiermee krijgt leven een totaal andere waarde;
hiermee worden liefde, aandacht en compassie naar
jezelf en naar anderen belangrijk;
hiermee neemt het belang van uiterlijk, geld, en
verslavende dingen aanzienlijk af;
hiermee wordt levensenergie gegeven aan dingen die
te maken hebben met de continuïteit.
Dit botst vreselijk met de heersende opvattingen en
dit betekent dat ongeveer 80% van mensen met een BDE
in echtscheiding raakt, van baan verandert en anders
gaan leven. Dit is een heel moeilijk proces dat
jaren en jaren kost.
Als je openstaat voor wat deze mensen te vertellen
hebben, kun je die inzichten oppakken. Als je ze
niet uit angst afwijst, zijn mensen met BDE's grote
leermeesters voor je.
Bijna-dood ervaringen en orgaandonatie
Tussen BDE's en orgaandonatie ligt een zeker
verband. Deze wordt gevormd door medische en
ethische problemen. Hoe ga je om met comateuze
patiënten? Hoe ga je om met stervende patiënten? Hoe
ga je om met euthanasie? Hoe ga je om met abortus?
Hoe ga je om met organen die verwijderd worden uit
hersendode patiënten met een kloppend hart? Dit zijn
voor mij vragen waarbij dezelfde problemen een rol
spelen.
Als je beseft dat je bewustzijn en je identiteit
niet in je lichaam zitten, maar wel via je lichaam
worden ervaren, dan zou dat het volgende kunnen
betekenen. Als je de organen bij iemand wegneemt bij
wie de hersenen niet voldoende functioneren en die
'hersendood' genoemd wordt , neem je de organen weg
bij iemand van wie het organisme niet gestorven is.
Dit is een belangrijk inzicht. Hij of zij is dus
niet dood. Vanuit dit inzicht mag ieder mens met
zichzelf handelen zoals hij zelf wil, als hij het
maar bewust doet. Uit liefde mag je een orgaan
afstaan, als je maar weet wat dat betekent. Een
ander mag zoiets niet voor je beslissen. Dit kán
eigenlijk niet. Ik geloof namelijk niet dat je
bewustzijn in je lichaam zetelt. Je kunt op allerlei
vragen die op dit gebied ontstaan antwoorden krijgen
als je ernaar wilt zoeken.
Het verband tussen BDE's en orgaandonatie heeft dus
te maken met het inzicht in de relatie tussen je
bewustzijn en je lichaam, het inzicht in wat dood
betekent en wat leven betekent. Leven betekent dat
je cellen dankzij energieën in staat zijn met je
bewustzijn te communiceren. Dood betekent dat door
het versterven van de cellen de communicatie tussen
je lichaam en je bewustzijn onmogelijk is geworden,
maar je bewustzijn blijft bestaan. Je kunt het een
beetje vergelijken met televisie. Als ik het
televisietoestel aanzet kan ik het beeld ontvangen,
dan wordt het zichtbaar voor mijn zintuigen. Als ik
het toestel uitzet ontvang ik niets meer, maar de
uitzending gaat door.
En zo gaat het met alle mogelijke informatie in het
universum: deze wordt alsmaar uitgezonden en wij
vangen er iets van op als we ons ervoor kunnen en
willen openstellen.
Bron:
xs4all.nl |