Aan al onze Broeders en Zusters, Leden
van de Raad, Leden van de Regering
Al sinds ik een kleine jongen was en ik voor het eerst
hoorde over de stervende vissen in de Rijn, vroeg ik me
af waarom dat gebeurde.
Maar wat kon ik eraan doen?
Ik ging schrijven en schreef over wezens die de natuur
beschermen.
Maar wie luistert er nou naar een kind?
Ik ben nu volwassen, maar onze vissen sterven nog
altijd.
Ik hoor de walvissen en dolfijnen, onze broeders in
vervuilde zeeën. Ze roepen om hulp.
Er wordt op ze gejaagd en hun vlees wordt verkocht. Als
voer voor koeien en varkens en honden.
Het is voor wetenschappelijk onderzoek, zo wordt ons
verteld.
Met sonar wordt hun gehoor aangetast en ze sterven op
onze stranden. Is dat wetenschap?
Maar weet u... hun gezang brengt liefde in het water van
de zee. En daardoor beschermen ze ons.
Er zijn er niet veel meer over. Ze roepen om hulp. Hoort
u hen niet?
Ik luister naar de vogels. Ze zijn ons gevolgd naar onze
steden en laten hun stemmen horen en verlichten onze
ziel. Sommigen zingen als het voorjaar wordt en in de
winter nemen anderen hun taak over.
Maar hun verwanten worden met miljoenen opgesloten in
kleine hokjes.
Ze kunnen niet eens meer lopen en ze zijn ziek, maar
worden met dat wat u medicijnen noemt in leven gehouden
en vetgemest.
Daarna wordt onze kinderen verteld dat dit vlees gezond
voor hen is.
Ik hou van koeien en varkens. Ook zij zijn onze broeders
en ze houden ons in leven. Vroeger stonden ze overal in
de wei. Nu zie ik er niet meer zoveel, want de meeste
staan in stallen, met duizenden tegelijk, zonder ruimte
om zich te bewegen. Is dit onze dank voor hun
vriendschap?
Koeien geven melk. Die is eigenlijk voor hun kalveren
bestemd.
Ze krijgen voer van gemalen vissen te eten terwijl ze
nooit vlees noch vis gegeten hebben.
En u verplicht de boeren dat ze gemerkt en genummerd
worden en ingespoten met uw medicijnen. Mogen ze geen
namen meer hebben? Wie troost hen als ze verdrietig
zijn?
Melk moet, zo hebben we geleerd. Wij geven dus deze melk
aan onze kinderen.
Maar hoe kan een ongelukkige koe gezonde melk geven?
Ik heb geen wetenschap nodig die vraag te beantwoorden.
Wij geloven u, want u bent onze wijze ouders.
Wij horen uw stem elke dag via de t.v. en lezen uw
woorden in de kranten.
Mijn hele leven lang heb ik zo uw stem gehoord. Ik ben
ermee grootgebracht.
Wij zijn mensen... wij hebben u gekozen om ons te
vertegenwoordigen.
Misschien zijn wij nog maar kinderen en hopen we dat u
ons het voorbeeld van wijze ouders geeft.
We roepen naar u: help ons.
In onze tuinen en boomgaarden zorgen bijen voor het
nieuwe gewas. Ze bevruchten de bloemen.
Maar nu sterven de bijenvolkeren. Hun gezoem begint te
verdwijnen.
Wie moet dan de bloemen bevruchten?
Wil het zeggen dat er straks geen fruit meer aan de
bomen komt?
Wie moet dan straks, als wij kinderen krijgen, hen leren
hoe een appel smaakt?
U verlangt nu van ons dat onze dochters worden
ingespoten om hen te beschermen tegen kanker.
Wetenschappers vertellen dat dit voor hun gezondheid is,
maar andere wetenschappers vertellen dat het vergif is.
Wie moeten wij geloven? Wetenschap moet toch eerlijk
zijn?
Als de wetenschap, die door u altijd aangehaald wordt om
uw plannen kracht bij te zetten, twee tegenstrijdige
standpunten verkondigt, moet 1 van beide een leugen
zijn.
Dat is wetenschappelijke logica.
Worden wij nu voorgelogen?
En als er een griep uitbreekt, zoals elk jaar geval
is... wilt u ons dan allemaal met datzelfde gif
inspuiten?
Dan worden wij toch juist ziek?
We zijn kinderen en we willen u vertrouwen, want u bent
onze wijze ouders.
Maar we verliezen het vertrouwen in u. Begrijpt u dat?
Onze steden doen pijn aan onze ogen, onze oren en onze
neus.
Ze draaien op benzine die de lucht vervuilt.
U zegt dat we beter op kernenergie kunnen overstappen.
Ik ben daar bang van.
Of er worden windmolenparken gebouwd. De horizon staat
er nu al vol mee.
Waarom vertelt u de mensen niet dat er reeds lang hele
eenvoudige oplossingen bestaan om energie op te wekken?
Mogen wij dit niet weten?
Als ik 's nachts vanuit de tuin omhoog naar de hemel
kijk zie ik soms een paar sterren.
Maar als ik in een woestijn ben, ver van onze steden,
zie ik duizenden sterren, zoveel dat ik stil ben van
verwondering en verlangen. Ik zie de Melkweg als een
lichtende rivier van leven.
Waar zijn al die sterren boven onze steden gebleven?
Op school heb ik geleerd dat we een beschaafd land zijn.
En dat de landen van Europa nu een gemeenschap vormen
van beschaafde landen.
Ik geloofde dat. Maar ik heb steeds meer moeite uw
mening te delen.
We leerden dat de Grote Vader een God van Liefde is, van
onvoorwaardelijke Liefde.
U hebt ons dit zelf verteld op onze scholen en in de
kerken.
Waarom, zo vraag ik mij af, worden dan andere landen
geknecht en gebonden?
Waarom worden hun nationale rijkdommen geplunderd?
Waarom zijn hun inwoners te arm om in leven te blijven?
Waarom geeft u toestemming om wapens te leveren,
waardoor hun volken verscheurd worden door twisten?
Maar... waarom maakt u eigenlijk wapens als onze landen
zo rijk en beschaafd zijn?
Vergeeft u mij dat ik zovaak vraag ‘waarom?', want ik
wil geen lastig kind zijn.
U vertelt ons dat de Grote Vader een God van Liefde is.
Maar waarom leeft u ons die liefde dan niet voor?
In uw daden herkennen wij uw woorden niet.
Overal om ons heen, in onze woonwijken, en zelfs rondom
onze vakantieverblijven, verrijzen nu antennes die elke
seconde straling uitzenden.
We hebben goed geluisterd naar uw woorden op de
televisie, want we dragen allemaal die nieuwe telefoons
bij ons. Zo zijn we altijd en overal vindbaar en
bereikbaar.
U vertelt dat we energie moeten besparen en u wilt in al
onze woningen nieuwe energiemeters plaatsen.
Ik begrijp echter niet waarom deze energiemeters meer
energie gebruiken dan de oude.
En waarom geven ze straling af die niet goed is voor
ons?
Ik betwijfel uw motieven.
U verzekert ons dat het wetenschappelijk bewezen is dat
al deze straling geen kwaad kan.
We geloofden u, en we stonden toe dat u steeds meer
zenders rondom onze woningen plaatste.
Maar nu kunnen wij de rustgevende trillingen van onze
moeder Aarde niet meer voelen.
Overal is kunstmatig licht, dag en nacht.
We verliezen het ritme van de Aarde en onze maatschappij
draait nu 24 uur per dag.
We krijgen hoofdpijn van uw antennes en van alle
draagbare zenders.
Onze kinderen kunnen niet meer zonder en onze lichamen
krijgen geen rust.
We worden nu ziek van en we sterven aan ziektes die
vroeger nauwelijks voorkwamen.
Elke dag moeten we verplicht naar ons werk.
We werken tot onze dood om deze maatschappij in stand te
houden.
Vroeger kon één man genoeg verdienen voor zijn hele
gezin.
Waarom is het dan nu zo dat twee ouders soms maar net
genoeg verdienen om in leven te blijven?
Waarom zijn veel anderen afhankelijk van de bijstand en
de hulp van anderen?
Heel veel mensen zijn ongelukkig, kopen drank,
sigaretten en gebruiken uw medicijnen om te kunnen
vergeten. Het worden er steeds meer. Is dat uw idee van
een beschaafd land?
Er is crisis, en we verliezen onze banen, en soms zelfs
onze huizen.
Het geld dat we gespaard hebben blijkt steeds minder
waarde te hebben.
Ook onze pensioenen zijn steeds minder waard. Ze
verdampen als sneeuw voor de zon. Waarom?
We lezen dat uw eigen inkomsten wel steeds toenemen. Het
verschil wordt steeds groter.
Hoe kan dat?
U heeft ons altijd verteld dat we werken aan onze
toekomst, aan zekerheid.
Waarom voelen onze oma's en opa's zich dan steeds minder
veilig?
Waarom kunnen ze de slaap niet vatten van de zorgen?
U voorziet al onze documenten van verborgen zenders en
verplicht ons die altijd bij ons te hebben.
Er zijn al mensen die deze zenders onder de huid dragen,
net als koeien, varkens en huisdieren.
Verliezen we straks ook onze namen, onze identiteit en
worden we nummers in uw computers?
Waarom is dit? Vertrouwt u ons soms niet meer?
We zijn toch uw kinderen? U heeft ons toch zelf
opgevoed?
W
aarom is het zo dat natuurlijke medicijnen steeds meer
verboden worden?
Waarom moeten alle natuurlijke voedingsstoffen in ons
eten gedood worden door straling?
Waarom mogen er straks geen natuurlijke vitamines en
mineralen meer in ons eten zitten? Dan worden we toch
ziek?
En als we ziek worden hebben we bijna geen andere keus
dan gif in ons lichaam te laten spuiten om de ziekte te
bestrijden. Ik lees dat er al landen zijn waarin uw
rechtbanken mensen dwingen zich te laten opnemen in een
ziekenhuis als ze kanker hebben. Onze natuurartsen
worden vervolgd als ze een natuurlijke behandeling
adviseren.
Ik ben geen wetenschapper, en moet daarom afgaan op uw
advies, want u bent onze wijze ouders.
Maar wij begrijpen uw wijze woorden niet meer.
U spreekt uzelf tegen.
Dus misschien bent u gewoon een van ons, een kind nog,
misschien een grote broer die ons pest en klein houdt.
Toch roepen we nog naar u, want u bent wel de gekozenen.
We hadden onze verantwoordelijk in uw handen gelegd.
Misschien was dat dom van ons, want zie nu onze Aarde...
onze eens zo mooie planeet...
Zie waar we nu zijn aangekomen...
De lucht is vervuild en troebel van de kunstmatige
wolken.
De zeeën zijn vervuild en er zijn bijna geen vissen
meer.
Het land wordt steriel en kaal, want onze oerbossen zijn
bijna gekapt.
Onze dieren zijn verworden tot productie-eenheden.
De meeste bewoners van deze Aarde zijn arm en sterven
van de honger of de dorst.
Over de Aarde ligt een deken van straling en we voelen
ons uitverstoten uit het paradijs.
We zijn eenzaam, terwijl we toch met zo velen zijn.
We verlangen naar eenheid, saamhorigheid.
Wij zijn toch allemaal Hoeders van deze Aarde?
De grote Vader heeft ons toch die taak gegeven?
In het verleden hebben we onze rode broeders vermoord en
hun land afgepakt.
In het verleden hebben we oorlogen gevoerd met landen
overzee, en hun landen gekoloniseerd.
Nu heeft u ruimtevaartuigen en bezoekt andere planeten.
Waarom gaat zoveel van ons belastinggeld daarheen?
Gaat u straks andere planeten koloniseren, zoals wij
eens Amerika gekoloniseerd hebben?
Steden bouwen?
Wat zijn uw motieven, zo vraag ik mij af.
Als ik kijk naar onze planeet is dat met pijn in mijn
hart.
Wat hebben we ervan terecht gebracht?
Ik ben verdrietig en mijn ogen wenen. Het doet zo'n
pijn.
Leden van de Raad...
Misschien moeten we onze verantwoordelijkheid, die nu al
zo lang in uw handen ligt, weer opeisen.
Dan ontheffen we u van uw taak.
Misschien ziet u het nog niet, maar we zijn ons aan het
verenigen.
Overal staan mensen op, die zich verbinden in groepen.
Groepen smelten samen en vormen een stem die steeds
luider wordt.
We verbinden ons weer met onze dieren die onze hulp
inroepen.
We verbinden ons weer met onze voorouders, wiens stille
stemmen tot ons spreken.
We verbinden ons weer met onze broeders in het universum
die ons signalen geven in onze graanvelden.
De eenheid wordt hersteld. Bent u daar niet ook een deel
van?
Hoort u onze roep?
Zult u luisteren als onze gezamenlijke Stem eindelijk
tot u doordringt?
We worden volwassen en we gaan zelf keuzes maken.
Misschien zijn dat niet de keuzes die u voorstaat.
Maar is dit niet het lot van elke ouder als kinderen
volwassen worden?
Dezelfde rode broeders wiens land u afgepakt heeft,
vertellen dat 2012 een belangrijk zonnejaar is.
Dat er dan grote verandering zullen komen.
Het is bijna zover.
Wij vragen u... geef ons uw zegen, en geef ons de
ruimte.
Misschien kunnen wij u dan iets leren, zoals kinderen
hun ouders wel vaker ergens op wijzen.
Wij zijn kinderen van een nieuwe tijd, van een nieuwe
wereld.
Wij willen de prikkeling van schone lucht kunnen voelen
en het kabbelen van het water weer kunnen horen.
We willen onze zeeën schoonmaken en het leven erin
terugbrengen.
We willen onze broeders en zusters, de dieren en planten
die ons voeden, dankbaar zijn en ze met liefde
behandelen.
En we zoeken naar rust in onze woongebieden.
We willen graag dat alle mensen te eten hebben en in
vrede met elkaar leven, zonder wapens.
We zoeken geen strijd.
Dan kunnen wij dat onze kinderen leren en meegeven.
Maar als u van ons vraagt onze identiteit, onze vrije
wil en vrije keuze op te geven, besef dan dat we dat
niet licht zullen doen. We zullen daarover moeten
nadenken. Want dat is een groot goed en we hebben weinig
vertrouwen in uw motieven.
Toch zullen we jullie dankbaar zijn voor alles dat
jullie ons geleerd hebben.
Het is bijna zover... De verandering komt eraan.
Alstublieft... laat u ons vrij, geeft u onze uw zegen,
respecteer onze vrije wil en laat ons zelf keuzes maken,
in het vertrouwen dat u ons alles heeft meegegeven dat
wij moeten weten.
Dan zullen we u kunnen gedenken als ouders die wellicht
fouten maakten, maar die het goed met ons voor hadden.
Wim Roskam
(schrijver van ‘Kiezen voor Vrije Keuze')
En als u hier achter staat, en dit aandurft, mag u uw
naam toevoegen, maar voelt u zich niet verplicht.